Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:520
2022-04-08
Civiel recht
20/04397
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:520 → ECLI:NL:GHDHA:2020:1710 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:520 → ECLI:NL:PHR:2021:1081 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Effectenlease. Betekenis van vaststellingsovereenkomst (Duisenberg-regeling) voor verjaring van betalingsverplichting op grond van effectenleaseovereenkomst (art. 7:907-908 BW).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.102 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/04397
Datum 8 april 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
TEALINEZ B.V.,gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Tealinez,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/10/550922/ HA ZA 18-516 van de rechtbank Rotterdam van 9 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.254.094 van het gerechtshof Den Haag van 29 september 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Tealinez is verstek verleend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Tealinez begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/04397
Datum 8 april 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
TEALINEZ B.V.,gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Tealinez,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/10/550922/ HA ZA 18-516 van de rechtbank Rotterdam van 9 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.254.094 van het gerechtshof Den Haag van 29 september 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Tealinez is verstek verleend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Tealinez begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.