Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:459
2022-03-29
Strafrecht
20/03515
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:459 → ECLI:NL:GHSHE:2020:4205
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:459 → ECLI:NL:PHR:2022:122
Inhoudsindicatie
Witwassen door omzetten van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr). Heeft hof juiste maatstaf gehanteerd m.b.t. bestanddeel 'afkomstig uit enig misdrijf'? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/03516 P.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2025:462 Parket bij de Hoge Raad 22-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2023:857 Parket bij de Hoge Raad 03-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:856 Parket bij de Hoge Raad 03-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:550 Parket bij de Hoge Raad 04-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:187 Parket bij de Hoge Raad 14-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1263 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (1.771 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03515
Datum 29 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 oktober 2020, nummer 20-002421-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben A.B.E. van Kan en A. Cinar, beiden advocaat te Beek, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2022.
STRAFKAMER
Nummer 20/03515
Datum 29 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 oktober 2020, nummer 20-002421-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben A.B.E. van Kan en A. Cinar, beiden advocaat te Beek, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2022.