Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:445
2022-04-19
Strafrecht
20/02892
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:445 → ECLI:NL:PHR:2022:194
Inhoudsindicatie
Zedenzaak. Ontucht met 8-jarige kleindochter door 76-jarige verdachte (meermalen gepleegd), art. 244 en 247 Sr. 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in verklaringen van haar vader en verdachte? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verklaring aangeefster onbetrouwbaar is. 3. Schriftuur benadeelde partij. Oordeel hof dat wettelijke rente voor immateriële schade aanvangt op laatste datum van tlgd. periode juist en begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (11)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:3997 Rechtbank Amsterdam 11-06-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:4000 Rechtbank Amsterdam 11-06-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1674 Rechtbank Amsterdam 11-03-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1537 Rechtbank Amsterdam 11-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:190 Parket bij de Hoge Raad 11-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:189 Parket bij de Hoge Raad 11-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:476 Parket bij de Hoge Raad 14-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:83 Parket bij de Hoge Raad 23-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:83 Parket bij de Hoge Raad 23-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:996 Parket bij de Hoge Raad 14-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:591 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.065 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02892
Datum 19 april 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 september 2020, nummer 21-004356-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1933,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij heeft D.W. Jansen, advocaat te Zutphen, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.
STRAFKAMER
Nummer 20/02892
Datum 19 april 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 september 2020, nummer 21-004356-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1933,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij heeft D.W. Jansen, advocaat te Zutphen, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.