Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:406

2022-04-05 Strafrecht 21/00635
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-04-05
Publicatiedatum
2022-03-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/00635
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/419

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Diefstal. Middelen over de strafoplegging en art. 359.3 tweede volzin Sv. 1. Klacht dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat de verdachte zich blijkens zijn JD “heel vaak” aan fietsendiefstal heeft schuldig gemaakt. 2. Klacht over overweging hof dat verdachte eerder in beroep is gegaan tegen een veroordeling waarbij aan hem bijzondere voorwaarden waren opgelegd. 3. Klacht dat hof ten onrechte heeft volstaan met een opgave van bm, terwijl verdachte geen duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis heeft afgelegd. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/00634 en 21/00631.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.780 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/00635

Datum 5 april 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2021, nummer 21-004067-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben I.T.H.L. van de Bergh en T. Straten, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2022.