Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:297

2022-02-25 Civiel recht 20/02118
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-02-25
Publicatiedatum
2022-02-24
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/02118
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/267 | NTHR 2022, afl. 3, p. 108 | JONDR 2022/395

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Door MKB-ondernemers afgesloten renteswaps. Zorgplicht bank.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.395 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 20/02118

Datum 25 februari 2022


ARREST


In de zaak van


CLAIM PARTICIPANTS N.V.,gevestigd te Arkel, gemeente Molenlanden,
EISERES tot cassatie,
hierna: Claim Participants,
advocaat: D. Rijpma,


tegen


ABN AMRO BANK N.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ABN AMRO,
advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de vonnissen in de zaak C/13/581797 / HA ZA 15-185 van de rechtbank Amsterdam van 22 april 2015 en 31 januari 2018;


het arrest in de zaak 200.239.764/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 april 2020.



Claim Participants heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor ABN AMRO mede door N. Minkjan.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Claim Participants heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het beroep;


veroordeelt Claim Participants in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.






Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 februari 2022.