Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:292
2022-02-22
Strafrecht
20/04287
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:292 → ECLI:NL:GHAMS:2020:3486 overig
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:292 → ECLI:NL:PHR:2022:177
Inhoudsindicatie
Ontucht met 14-jarige dochter en met 10-jarige dochter door 46-jarige verdachte, art. 244, 245 en 249.1 Sr. Bewijsklachten. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis) en gebruik van schakelbewijs. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (10)
- ECLI:NL:PHR:2025:350 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:519 Parket bij de Hoge Raad 14-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:438 Parket bij de Hoge Raad 16-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:259 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:280 Parket bij de Hoge Raad 12-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:996 Parket bij de Hoge Raad 14-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:996 Parket bij de Hoge Raad 14-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:669 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:591 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:591 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (1.748 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/04287
Datum 22 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 18 december 2020, nummer 23-000661-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 februari 2022.
STRAFKAMER
Nummer 20/04287
Datum 22 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 18 december 2020, nummer 23-000661-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 februari 2022.