Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1944

2022-12-23 Civiel recht; Verbintenissenrecht 21/04355
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-12-23
Publicatiedatum
2022-12-22
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/04355
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | PS-Updates.nl 2023-0023 | RvdW 2023/87 | JA 2023/28

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Letselschade. Aansprakelijkheid voor schade door een aanrijding met whiplashklachten tot gevolg. Klachten dat hof heeft miskend dat mogelijke predispositie niet aan toerekening van art. 6:98 BW in de weg staat en dat terughoudendheid is miskend bij aannemen van uitval in situatie zonder ongeval.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.413 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 21/04355

Datum 23 december 2022




ARREST




In de zaak van




[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiseres],
advocaat: K. Aantjes,



tegen



HERTZ HOLDINGS NETHERLANDS 2 B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Hertz,
advocaat: D.A. van der Kooij, aanvankelijk ook R.S. Meijer.





1Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 168976/HA ZA 10-589 van de rechtbank Haarlem van 26 januari 2011 en 6 april 2011;
b. het arrest in de zaak 200.086.523/01 van het gerechtshof Amsterdam van 26 juni 2012;
c. de vonnissen in de zaak 168976/HA ZA 10-589 van de rechtbank Noord-Holland van 19 februari 2014, 10 december 2014, 4 maart 2015, 21 december 2016, 11 oktober 2017 en 10 oktober 2018;
d. de arresten in de zaak 200.253.508/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 juli 2021 en 17 augustus 2021.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 20 juli 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Hertz heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Hertz mede door L.A. Burwick.
De conclusie van de advocaat-generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt. Dit beroep behoeft geen behandeling gelet op hetgeen hiervoor is overwogen.





3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hertz begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.





Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 december 2022.