Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1919

2022-12-23 Bestuursrecht; Belastingrecht 22/00709
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-12-23
Publicatiedatum
2022-12-21
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/00709
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2022/3174 | V-N 2023/2.22 met annotatie van Redactie | NTFR 2023/74 met annotatie van Mr. M.H.W.N. Lammers | NLF 2023/0118 met annotatie van Jits Berns | BNB 2023/37 | FED 2023/35 met annotatie van E.J.F.C. van Nijnatten | Viditax (FutD) 2022122310 | FutD 2023-0009

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Artikel 67e en 67f AWR; bewijs van (voorwaardelijk) opzet.

Citeert (1)

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.430 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 22/00709

Datum 23 december 2022



ARREST



in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 december 2021, nrs. 20/00044 tot en met 20/00046, op het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 16/9980 tot en met 16/9984) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2010 en 2011 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, een aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, en de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door R. Zilver, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.




2Uitgangspunten in cassatie

2.1
Belanghebbende handelt in sloop- en recyclingmaterialen.


2.2
Naar aanleiding van een controlerapport inzake een bij belanghebbende ingesteld boekenonderzoek zijn hem navorderingsaanslagen over de jaren 2010 en 2011 en een aanslag voor het jaar 2012 in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd. Bij deze (navorderings)aanslagen zijn met toepassing van de artikelen 67e en 67f AWR vergrijpboetes opgelegd.


2.3
Bij het Hof was in geschil – voor zover voor beoordeling van het middel van belang – of de boetes terecht zijn opgelegd. Na verwerping van door belanghebbende betrokken stellingen heeft het Hof geoordeeld dat belanghebbende heeft gehandeld met (voorwaardelijk) opzet.




3Beoordeling van het middel

3.1
Het middel bestrijdt het hiervoor in 2.3 weergegeven oordeel met de stelling dat dit berust op feitelijke vaststellingen inzake de administratie van inkoopkosten die niets over de intentie van belanghebbende zeggen, en dat het Hof heeft verzuimd te oordelen over het bewustzijn van belanghebbende ten tijde van het doen van de aangifte.


3.2

In onderdeel 4.21 van de bestreden uitspraak is overwogen:
“Belanghebbende is bij het doen van de aangiften IB/PVV over de onderhavige jaren uitgegaan van bedragen aan inkoopkosten die niet onderbouwd, niet controleerbaar of verifieerbaar zijn. De inkoopkosten volgen ook niet uit een (deugdelijk) bijgehouden administratie. Door deze bedragen toch als inkoopkosten te verantwoorden heeft belanghebbende willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat te weinig belasting wordt geheven, iets waarvan hij zich naar het oordeel van het hof ten tijde van het doen van aangifte bewust moet zijn geweest.”



3.3
Hiermee heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat belanghebbende zich ten tijde van het doen van de aangiften bewust was van de omstandigheid dat de administratie waarop hij die aangifte baseerde zodanig ondeugdelijk was dat een overeenkomstig die aangifte vastgestelde aanslag te laag zou zijn, en dat hij door de aangifte niettemin zo te doen, willens een wetens de aanmerkelijke kans van die te lage aanslag heeft aanvaard.Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting inzake het begrip (voorwaardelijk) opzet. Het is ook niet onvoldoende gemotiveerd. Het middel faalt.





4Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2022.



ECLI:NL:GHSHE:2021:3896.