Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1737
2022-11-25
Civiel recht
22/00054
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1737 → ECLI:NL:GHSHE:2021:3077 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1737 → ECLI:NL:PHR:2022:1015 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verhinderen vochtproblemen in souterrain van woning het normale gebruik van woning door koper, en zo ja, is verkoper van woning aansprakelijk voor daardoor geleden schade?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:180 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-01-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (3.014 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00054
Datum 25 november 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [de kopers],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [de verkopers],
advocaat: M.B.A. Alkema.
1Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/03/220335 / HA ZA 16-255 van de rechtbank Limburg van 29 maart 2017;
b. de arresten in de zaak 200.242.155/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 september 2018, 9 juli 2019 en 12 oktober 2021.
[de kopers] hebben tegen het arrest van het hof van 12 oktober 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[de verkopers] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de advocaat-generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [de kopers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verkopers] begroot op € 928,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 25 november 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00054
Datum 25 november 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [de kopers],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [de verkopers],
advocaat: M.B.A. Alkema.
1Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/03/220335 / HA ZA 16-255 van de rechtbank Limburg van 29 maart 2017;
b. de arresten in de zaak 200.242.155/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 september 2018, 9 juli 2019 en 12 oktober 2021.
[de kopers] hebben tegen het arrest van het hof van 12 oktober 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[de verkopers] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de advocaat-generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [de kopers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verkopers] begroot op € 928,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 25 november 2022.