Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1730

2022-11-25 Civiel recht 21/03963
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-11-25
Publicatiedatum
2022-11-24
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/03963
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/1160 | Prg. 2023/2 | RVR 2023/1 | TBR 2023/70  met annotatie van P. Schotman

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Aanneming van werk. Ziet waarschuwingsplicht aannemer (art. 7:754 BW) ook op vereist zijn van omgevingsvergunning? Causaal verband tussen schending waarschuwingsplicht en schade. Uitleg overeenkomst.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (5)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.117 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 21/03963

Datum 25 november 2022




ARREST




In de zaak van




[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiseres],
advocaten: A. Knigge en T. van Tatenhove,



tegen



3BOUW B.V.,
gevestigd te Westland,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: 3Bouw,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en J.M. Moorman.





1Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 6580743 RL EXP 18-893 van de rechtbank Den Haag van 3 juli 2018 en 7 mei 2019;
b. het arrest in de zaak 200.266.827/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 juni 2021.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
3Bouw heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseres] mede door S.H.J. de Bruijn.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van [eiseres] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.





3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van 3Bouw begroot op € 2.876,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.





Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 25 november 2022.