Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1644
2022-11-11
Bestuursrecht; Belastingrecht
22/01498
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1644 → ECLI:NL:GHSHE:2022:936
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (3)
- ECLI:NL:HR:2021:34 Hoge Raad 08-01-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2022:936 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-03-2022
- ECLI:NL:GHARL:2019:11013 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-12-2019
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:98 Parket bij de Hoge Raad 24-01-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.576 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/01498
Datum 11 november 2022
ARREST
in de zaak van
de HEFFINGSAMBTENAAR VAN TRIBUUT BELASTINGSAMENWERKING te Epe (hierna: de heffingsambtenaar)
tegen
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 maart 2022, nr. 21/00246 tot en met 21/00248, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2016 en 2017 opgelegde aanslagen in de precariobelasting van de gemeente Epe.
1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van 8 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:34, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nrs. 18/01016, 18/01017 en 19/00750, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
De heffingsambtenaar, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022.
Van de heffingsambtenaar van Tribuut Belastingsamenwerking wordt een griffierecht geheven van € 548.
ECLI:NL:GHSHE:2022:936.
ECLI:NL:GHARL:2019:11013.
BELASTINGKAMER
Nummer 22/01498
Datum 11 november 2022
ARREST
in de zaak van
de HEFFINGSAMBTENAAR VAN TRIBUUT BELASTINGSAMENWERKING te Epe (hierna: de heffingsambtenaar)
tegen
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 maart 2022, nr. 21/00246 tot en met 21/00248, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2016 en 2017 opgelegde aanslagen in de precariobelasting van de gemeente Epe.
1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van 8 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:34, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nrs. 18/01016, 18/01017 en 19/00750, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
De heffingsambtenaar, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022.
Van de heffingsambtenaar van Tribuut Belastingsamenwerking wordt een griffierecht geheven van € 548.
ECLI:NL:GHSHE:2022:936.
ECLI:NL:GHARL:2019:11013.