Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1632
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1632 → ECLI:NL:PHR:2022:626
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Deelname aan criminele organisatie die zich bezig houdt met omvangrijke valsheid in geschrift en witwaspraktijken tegen achtergrond van handel in illegaal vuurwerk uit China (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklacht. Heeft hof beraadslaagd n.a.v. onderzoek ttz., nu in bewijsbijlage verweren zijn besproken die zijn gevoerd in zaken tegen medeverdachten? 2. Redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof oordelen dat redelijke termijn in e.a. met 18 maanden is overschreden i.p.v. met 2 jaren en 4 maanden? 3. Onvolkomenheid bij beëdiging van een of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Samenhang met 20/04316 E, 20/04317 E, 20/04318 E, 20/04319 E, 20/04320 E en 20/04321 E.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2022:1438 Hoge Raad 21-10-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.319 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 20/04090 E
Datum 15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 10 december 2020, nummer 20-001943-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadslieden hebben – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438 heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft bij conclusie en aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2022.