Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1612
2022-11-11
Civiel recht
21/04050
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1612 → ECLI:NL:GHAMS:2021:1895 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1612 → ECLI:NL:PHR:2022:686 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Borgtocht. Particuliere borg. Uitleg borgstellingsovereenkomst. Uitleg contra proferentem? Dwaling? Art. 7:852 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.437 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04050
Datum 11 november 2022
ARREST
In de zaak van
[De Borg],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [De Borg],
advocaat: D.A. van der Kooij,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ABN AMRO,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/641486 / HA ZA 18-38 van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2018 en 28 november 2018;
b. het arrest in de zaak 200.252.367/01 van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2021.
[De Borg] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat, en mede door B.F.L.M. Schim en A.G. Colenbrander.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.De advocaat van [De Borg] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [De Borg] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04050
Datum 11 november 2022
ARREST
In de zaak van
[De Borg],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [De Borg],
advocaat: D.A. van der Kooij,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ABN AMRO,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/641486 / HA ZA 18-38 van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2018 en 28 november 2018;
b. het arrest in de zaak 200.252.367/01 van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2021.
[De Borg] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat, en mede door B.F.L.M. Schim en A.G. Colenbrander.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.De advocaat van [De Borg] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [De Borg] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022