Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1601

2022-11-11 Civiel recht 21/03878
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-11-11
Publicatiedatum
2022-11-10
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/03878
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/1059 | OR-Updates.nl 2023-0011 | JONDR 2023/6

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad; bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Onjuiste en misleidende informatie door vennootschap in brochure voor uitgifte van obligaties.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.647 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER





Nummer 21/03878

Datum 11 november 2022




ARREST




In de zaak van




[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.W. de Jong,



tegen




1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3], wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4], wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5], wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6], wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7], wonende te [woonplaats],
8. [verweerder 8], wonende te [woonplaats],
9. [verweerder 9] B.V., [vestigingsplaats],
10. [verweerder 10], wonende te [woonplaats],
11. [verweerder 11], wonende te [woonplaats],
12. [verweerder 12], wonende te [woonplaats],



13. [verweerder 13], rechtsopvolger van [A],
wonende te [woonplaats],
14. [verweerder 14], wonende te [woonplaats],
15. [verweerder 15], wonende te [woonplaats],
16. [verweerder 16], wonende te [woonplaats],
17. [verweerder 17], wonende te [woonplaats],
18. [verweerder 18], wonende te [woonplaats], Duitsland,
19. [verweerder 19], wonende te [woonplaats],
20. [verweerder 20] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
21. [verweerder 21], wonende te [woonplaats],
22. [verweerder 22], wonende te [woonplaats],
23. [verweerder 23] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
24. [verweerder 24], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen,

en

25. [verweerder 25], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder 25],
advocaat: B.I. Kraaipoel,

en

26. [verweerder 26], wonende te [woonplaats],
27. [verweerder 27], wonende te [woonplaats], België,
28. [verweerder 28], wonende te [woonplaats],
29. [verweerder 29], wonende te [woonplaats],
30. [verweerder 30], wonende te [woonplaats],


VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen,

verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30 gezamenlijk aan te duiden als: [verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30],












1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


het vonnis in de zaak C/09/548616/HA ZA 18-219 van de rechtbank Den Haag van 22 januari 2020;


het arrest in de zaak 200.278.515/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 juni 2021.




[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30] hebben geen verweerschrift ingediend.

[verweerder 25] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder 25] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.






2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30] begroot op nihil, en tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 25] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.







Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022.