Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1508

2022-10-21 Civiel recht; Arbeidsrecht 21/04996
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-10-21
Publicatiedatum
2022-10-20
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/04996
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR-Updates.nl 2022-1167 | RvdW 2022/1008 | TvPP 2022, afl. 6, p. 228 | VAAN-AR-Updates.nl 2022-1167

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Reguliere arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst? Klachten over bewijslastverdeling.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.321 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 21/04996

Datum 21 oktober 2022


BESCHIKKING


In de zaak van



[de werkneemster],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de werkneemster,
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,


tegen



[het uitzendbureau] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: het uitzendbureau,
niet verschenen.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de beschikking in de zaak 7294763 VZ VERZ 18-22745 van de kantonrechter te Rotterdam van 14 december 2018;


de beschikkingen in de zaak 200.256.008/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 februari 2020 en 7 september 2021.



De werkneemster heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het uitzendbureau heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de werkneemster heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de werkneemster in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het uitzendbureau begroot op nihil.





Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 21 oktober 2022.