Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1498

2022-10-21 Bestuursrecht; Belastingrecht 21/05071
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-10-21
Publicatiedatum
2022-10-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/05071
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.807 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER







Nummer 21/05071

Datum 21 oktober 2022




ARREST




in de zaak van




[X] te [Z] , Marokko, (hierna: belanghebbende)



tegen



de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep van 14 oktober 2021, nrs. 18/4343 AOW en 20/2276 AOW.






1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft niet gekozen voor een domicilieadres in Nederland.
Belanghebbende heeft bij brief van 26 januari 2022 met betrekking tot het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
De griffier van de Hoge Raad (hierna: de griffier) heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 2 mei 2022, welke brief eveneens per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres in het buitenland, verzocht om binnen een termijn van vier weken het bij die brief gevoegde formulier betreffende inkomen en vermogen in te vullen en in te dienen. Het formulier is niet binnen die termijn ingediend, waarna de griffier de heffing van griffierecht heeft voortgezet.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 8 juni 2022 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 8 juli 2022, welke brief eveneens per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres in het buitenland, in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de dagtekening van deze brief mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Die termijn eindigde op 5 augustus 2022.
Belanghebbende heeft van deze gelegenheid niet tijdig gebruikgemaakt. De op 24 augustus 2022 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.




2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022.




ECLI:NL:CRVB:2021:2547.