Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1482

2022-11-01 Strafrecht 21/03013
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-11-01
Publicatiedatum
2022-10-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/03013
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/1045

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen opzettelijke invoer cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en deelneming aan criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van Opiumwetdelicten (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklacht t.a.v. invoer cocaïne. Verweer dat niet kan worden bewezen dat verdachte wetenschap had van cocaïne in hydraulische cilinder en dus opzet had op invoer cocaïne. 2. Bewijsklacht t.a.v. deelneming aan criminele organisatie. 3. Redelijke termijn in hoger beroep. Is oordeel hof dat op te leggen gevangenisstraf met maximaal zes maanden kan worden gematigd juist en begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03014 en 21/03015.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.771 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/03013

Datum 1 november 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2021, nummer 23-004509-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2022.