Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1451

2022-10-14 Bestuursrecht; Belastingrecht 21/05073
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-10-14
Publicatiedatum
2022-10-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/05073
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2022/2528 | V-N 2022/48.23.2 | Viditax (FutD) 2022101411 | FutD 2022-2810

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.853 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 21/05073

Datum 14 oktober 2022



ARREST



in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door A.F. van Hecke,



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P] ,



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2021, nrs. BK-21/00118 tot en met BK-21/00123, betreffende een verzoek van belanghebbende om herziening van de uitspraken van dat Hof van 2 mei 2017, nrs. BK-15/00876, BK-15/00877 en BK-15/00879 tot en met BK-15/00882.





1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).




2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2022.




ECLI:NL:GHDHA:2021:2072.