Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1414
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1414 → ECLI:NL:PHR:2022:688
Inhoudsindicatie
Beklag. Klaagschrift tegen inhouding rijbewijs ex art. 164.8 WVW 1994. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep niet in behandeling nemen. CAG: Het rijbewijs van klager is op 15-8-2021 ingevorderd i.v.m. de verdenking van rijden onder invloed van alcohol. OvJ heeft vervolgens beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van 10 maanden, tot en met 11-6-2022. Uit ingewonnen inlichtingen is gebleken dat OvJ op 11-2-2022 het rijbewijs van klager heeft teruggestuurd, omdat het onderzoek van de zaak op de tz. niet (zoals art. 164.6 WVW 1994 voorschrijft) binnen 6 maanden na de dag van invordering is aangevangen. Van inhouding van rijbewijs ex art. 164 WVW 1994 is geen sprake meer. Klager heeft geen belang meer heeft bij cassatieberoep, zodat hij daarin n-o moet worden verklaard. Klager n-o. CAG maakt n.a.v. cassatieschriftuur opmerkingen over openbaarheid van behandeling in raadkamer van klaagschrift ex art. 164.8 WVW 1994.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2023:568 Parket bij de Hoge Raad 06-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:567 Parket bij de Hoge Raad 06-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1144 Parket bij de Hoge Raad 06-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1143 Parket bij de Hoge Raad 06-12-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (1.538 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/04298 B
Datum 11 oktober 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 23 september 2021, nummer RK 21/012741, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.1.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2022.