Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1413
2022-10-11
Strafrecht
21/01470
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1413 → ECLI:NL:PHR:2022:734
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op ‘One wheel Pint’ (elektrisch skateboard) onder klager t.z.v. verdenking van rijden op een voertuig dat niet is goedgekeurd door RDW (art. 33 RVV 1990). Ontvankelijkheid cassatieberoep na teruggave aan klager, art. 134.2 Sv. Uit door AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat OM teruggave van inbeslaggenomen voorwerp aan rechthebbende heeft bevolen en dat teruggave is ‘geboekt’. Hieruit volgt dat voorwerp is teruggegeven aan klager en dat beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. Klager n-o. CAG gaat i.h.k.v. ontvankelijkheid van cassatieberoep ook in op vraag of cassatieberoep te vroeg is ingesteld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:550 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.343 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01470 B
Datum 11 oktober 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 19 januari 2021, nummer RK 20/1956, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft E.A. Blok, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een One wheel Pint. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van het inbeslaggenomen voorwerp ongegrond verklaard.
2.2
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 14 juni 2022 teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de rechthebbende heeft bevolen en dat op 15 juni 2022 de teruggave is ‘geboekt’. Hieruit volgt dat het inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan de klager.
2.3
Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;
(...)”
2.4
Hieruit volgt dat het beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2022.
STRAFKAMER
Nummer 21/01470 B
Datum 11 oktober 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 19 januari 2021, nummer RK 20/1956, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft E.A. Blok, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een One wheel Pint. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van het inbeslaggenomen voorwerp ongegrond verklaard.
2.2
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 14 juni 2022 teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de rechthebbende heeft bevolen en dat op 15 juni 2022 de teruggave is ‘geboekt’. Hieruit volgt dat het inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan de klager.
2.3
Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;
(...)”
2.4
Hieruit volgt dat het beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2022.