Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1400

2022-10-07 Bestuursrecht; Belastingrecht 20/02096
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-10-07
Publicatiedatum
2022-10-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
20/02096
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2022/2433 | V-N 2022/44.9 met annotatie van Redactie | NLF 2022/1992 | NTFR 2022/3500 met annotatie van mr. A.H.G.M. Blomen | Viditax (FutD) 2022100717 | FutD 2022-2731

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Herstelarrest, ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 15 juli 2022, nr. 20/02096, ECLI:NL:HR:2022:1086.

Citeert (2)

Geciteerd door (9)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.707 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 20/02096

Datum 7 oktober 2022



HERSTELARREST



in de zaak van



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



tegen




[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)



ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 15 juli 2022, nr. 20/02096, ECLI:NL:HR:2022:1086, gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën en het incidentele beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 26 mei 2020, nr. 18/00727.





1Het arrest in het geding

1.1
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 15 juli 2022 arrest gewezen. Nadien heeft de Hoge Raad ambtshalve geconstateerd dat het arrest een misslag bevat die redelijkerwijs voor partijen kenbaar was, en die verbetering behoeft.


1.2

In rechtsoverweging 4.3, tweede alinea, eerste volzin, van het arrest van 15 juli 2022 heeft de Hoge Raad het betoog van middel IV als volgt weergegeven:
“Voor zover het middel betoogt dat op de vervaldata niet vaststond of zo goed als zeker was dat de vervallen rentetermijnen geheel of ten dele niet zouden worden betaald, kan het niet tot cassatie leiden, alleen al omdat de Inspecteur dit in hoger beroep niet heeft gesteld.”
Deze weergave berust op een kennelijke misslag, omdat het betoog van middel IV blijkens het beroepschrift in cassatie inhield dat op de vervaldata wel vaststond of zo goed als zeker was dat de vervallen rentetermijnen geheel of ten dele niet zouden worden betaald. Deze misslag zal de Hoge Raad herstellen.



1.3

Rechtsoverweging 4.3, tweede alinea, eerste volzin, van het arrest van 15 juli 2022 wordt gewijzigd als volgt:
“Voor zover het middel betoogt dat op de vervaldata vaststond of zo goed als zeker was dat de vervallen rentetermijnen geheel of ten dele niet zouden worden betaald, kan het niet tot cassatie leiden, alleen al omdat de Inspecteur dit in hoger beroep niet heeft gesteld.”





2Beslissing
De Hoge Raad verbetert het arrest van 15 juli 2022, nr. 20/02096, op de hiervoor in rechtsoverweging 1.3 vermelde wijze.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, M.A. Fierstra, E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2022.



ECLI:NL:GHAMS:2020:1407.