Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1378

2022-10-07 Bestuursrecht; Belastingrecht 21/04930
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-10-07
Publicatiedatum
2022-10-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/04930
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2022/2436 | V-N 2022/44.8 met annotatie van Redactie | NLF 2022/2026 met annotatie van Carlo Douven | NTFR 2022/3537 met annotatie van mr. D. Westerman | BNB 2022/142 | CFN 2022/111 met annotatie van - | NJB 2022/2715 | Viditax (FutD) 2022100706 | FutD 2022-2729

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Artikelen 2 en 6 van de Algemene Ouderdomswet. Artikel 4 van de Invoeringswet BES. Onder Nederland wordt verstaan het Europese deel van Nederland.

Citeert (1)

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.688 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 21/04930

Datum 7 oktober 2022



ARREST



in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 oktober 2021, nr. 20/4158 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 20/1545) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.P. de Witte, heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB), vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.




2Uitgangspunten in cassatie

2.1
Belanghebbende is geboren op [...] 1952. Zij woont sinds 13 juli 2018 in het Europese deel van Nederland. Daarvoor woonde zij op Bonaire.


2.2
Op 13 december 2018 heeft belanghebbende bij de SVB een aanvraag tot een ouderdomspensioen ingediend op grond van de Algemene Ouderdomswet (hierna: AOW). De SVB heeft deze aanvraag afgewezen omdat belanghebbende, zolang zij op Bonaire woonde, niet verzekerd was voor de AOW, en minder dan een jaar in het Europese deel van Nederland woonde toen zij de voor haar geldende AOW-pensioenleeftijd bereikte.


2.3
De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraak vooropgesteld dat op grond van artikel 6, lid 1, van de AOW verzekerd is degene die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en ingezetene is van Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat onder Nederland in de zin van artikel 6, lid 1, van de AOW het Europese deel van Nederland moet worden verstaan. Op basis daarvan is het volgens de Centrale Raad van Beroep niet mogelijk om aan te nemen dat belanghebbende in de periode van 10 oktober 2010 tot 13 juli 2018 voor de AOW verzekerd is geweest.




3Beoordeling van de klacht

3.1
Belanghebbende betoogt dat Bonaire sinds 10 oktober 2010 onderdeel uitmaakt van het land Nederland, en dat in artikel 2 van de AOW geen onderscheid wordt gemaakt tussen het Europese deel van Nederland en het Caribische deel van Nederland. Volgens belanghebbende is zij daarom vanaf 10 oktober 2010 ingezetene van Nederland in de zin van artikel 2 van de AOW, en op die grond verzekerd geweest voor de AOW in de zin van artikel 6, lid 1, van de AOW.


3.2
In artikel 4 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: Invoeringswet BES) is bepaald dat, indien in een wettelijk voorschrift dat niet ingevolge artikel 2, lid 1 of 2, van de Invoeringswet BES van toepassing is in de openbare lichamen, onderscheid wordt gemaakt tussen het land Nederland en de andere landen van het Koninkrijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, onder ‘Nederland’ wordt verstaan het Europese deel van Nederland en de openbare lichamen worden gelijkgesteld met andere landen van het Koninkrijk.


3.3
De AOW is niet ingevolge artikel 2, lid 1 of 2, van de Invoeringswet BES van toepassing in de openbare lichamen. Ook bevat de AOW geen bepaling op basis waarvan de openbare lichamen tot het Europese deel van Nederland dienen te worden gerekend. Daarom dient artikel 2 van de AOW aldus te worden uitgelegd dat met ‘Nederland’ slechts het Europese deel van Nederland wordt bedoeld. De andersluidende opvatting die aan de klacht ten grondslag ligt is onjuist. De klacht faalt daarom.




4Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.



5Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2022.




ECLI:NL:CRVB:2021:2718.


Wet van 17 mei 2010 tot invoering van de regelgeving met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.


Kamerstukken II 2008/09, 31957, nr. 3, p. 19.