Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1373

2022-10-07 Civiel recht; Arbeidsrecht 21/03693
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-10-07
Publicatiedatum
2022-10-06
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/03693
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/929

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Aanzegplicht bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; aanzegvergoeding; art. 7:668 lid 1 en 3 BW. Vraag of beroep op verschuldigdheid aanzegvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in geval waarin werkgever mondeling heeft aangezegd in plaats van schriftelijk en werknemer daardoor geen nadeel heeft geleden (art. 6:248 lid 2 BW). Samenhang met 21/03692.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.409 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 21/03693

Datum 7 oktober 2022


BESCHIKKING


In de zaak van


MAXS NL B.V.,gevestigd te Ermelo,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: Maxs,
advocaat: H.J.W. Alt,


tegen



[werknemer],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de werknemer,
advocaat: S.F. Sagel.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de beschikking in de zaak 8289796 HA VERZ 20-6 van de kantonrechter te Apeldoorn van 12 maart 2020;


de beschikkingen in de zaak 200.278.324 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 oktober 2020 en 31 mei 2021.



Maxs heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De werknemer heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Maxs heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Maxs in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [werknemer] begroot op € 418,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Maxs deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.







Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 oktober 2022.