Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1354
2022-12-16
Bestuursrecht; Belastingrecht
21/03064
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2022:492 Hoge Raad 01-04-2022
- ECLI:NL:HR:2022:1847 Hoge Raad 09-12-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.768 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 21/03064
Datum 16 december 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 juni 2021, nr. SGR 20/93 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 15 juli 2020.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Belanghebbende heeft na het instellen van beroep in cassatie een verzoek tot wraking ingediend.
Bij beslissing van 1 april 2022, nr. 21/04294 is het verzoek tot wraking gericht tegen de rolraadsheer niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen.
Belanghebbende heeft nadien wederom een verzoek tot wraking ingediend.
Bij beslissing van 9 december 2022, nr. 22/03628 is het verzoek tot wraking tot wraking buiten behandeling gesteld en is bepaald dat een volgend verzoek om wraking van belanghebbende in de zaak met nummer 21/03064 niet in behandeling zal worden genomen.
Met betrekking tot het beroep in cassatie overweegt de Hoge Raad als volgt.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 juni 2022 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 13 juli 2022 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad zie geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2022.
ECLI:NL:HR:2022:492.
ECLI:NL:HR:2022:1847.
BELASTINGKAMER
Nummer 21/03064
Datum 16 december 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 juni 2021, nr. SGR 20/93 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 15 juli 2020.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Belanghebbende heeft na het instellen van beroep in cassatie een verzoek tot wraking ingediend.
Bij beslissing van 1 april 2022, nr. 21/04294 is het verzoek tot wraking gericht tegen de rolraadsheer niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen.
Belanghebbende heeft nadien wederom een verzoek tot wraking ingediend.
Bij beslissing van 9 december 2022, nr. 22/03628 is het verzoek tot wraking tot wraking buiten behandeling gesteld en is bepaald dat een volgend verzoek om wraking van belanghebbende in de zaak met nummer 21/03064 niet in behandeling zal worden genomen.
Met betrekking tot het beroep in cassatie overweegt de Hoge Raad als volgt.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 juni 2022 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 13 juli 2022 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad zie geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2022.
ECLI:NL:HR:2022:492.
ECLI:NL:HR:2022:1847.