Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1314
2022-09-27
Strafrecht
22/01469
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1314 → ECLI:NL:PHR:2022:737
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Vanuatuaanse en Nigeriaanse nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. verspreiden van kinderporno. Heeft rechtbank verzuimd te responderen op verweer dat opgeëiste persoon door uitlevering het risico loopt te worden blootgesteld aan een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2024:825 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (1.808 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01469 U
Datum 27 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 april 2022, nummer [001], op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de opgeëiste persoon.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 september 2022.
STRAFKAMER
Nummer 22/01469 U
Datum 27 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 april 2022, nummer [001], op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de opgeëiste persoon.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 september 2022.