Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1251
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1251 → ECLI:NL:GHSHE:2021:3575
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1251 → ECLI:NL:PHR:2022:565
Inhoudsindicatie
Rolbeslissing. Verzoek om nadere termijn voor indienen van een schriftuur. Betekening aanzegging in cassatie, art. 36e.3 Sv en art 5.2.c EU rechtshulpovereenkomst. Is aanzegging in cassatie rechtsgeldig betekend, nu aanzegging is uitgereikt door rechtstreekse toezending aan bekende woon- of verblijfplaats van verdachte in Duitsland? In omstandigheid dat aanzegging onbestelbaar retour is gekomen en gelet op art. 5.2.c EU rechtshulpovereenkomst, ziet rolraadsheer aanleiding nadere termijn te verlenen voor indienen van schriftuur. Voert zaak van de rol en biedt nadere termijn van 60 dagen voor indienen van schriftuur. Rol CAG gaat in op vraag welke eisen unierecht stelt aan aanzegging n.a.v. GHSHE:2022:870, waarin hof heeft bepaald dat dagvaarding o.g.v. unierecht niet rechtsgeldig is als niet kan worden vastgesteld dat deze verdachte daadwerkelijk heeft bereikt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:PHR:2026:477 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:553 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1219 Parket bij de Hoge Raad 12-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:362 Parket bij de Hoge Raad 02-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:59 Parket bij de Hoge Raad 16-01-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2023:2672 Rechtbank Midden-Nederland 11-05-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:12 Parket bij de Hoge Raad 10-01-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.227 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/02717
Datum 13 september 2022
Rolbeslissing
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juni 2021, nummer 20-001151-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens de verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, schriftelijk verzocht om een nadere termijn voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft in een rolconclusie geconcludeerd dat de rolraadsheer de verdachte een nadere termijn verleent voor het indienen van een cassatieschriftuur.
2Beoordeling van het verzoek
De aanzegging in deze zaak is op 9 november 2021 uitgereikt door rechtstreekse toezending aan de bekende woon- of verblijfplaats van de verdachte in het buitenland. In de omstandigheid dat deze aanzegging op 26 november 2021 onbestelbaar retour is gekomen en gelet op artikel 5 lid 2, onder c, Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2000, 96), ziet de rolraadsheer aanleiding een nadere termijn te verlenen voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering.
3Beslissing
De rolraadsheer voert de zaak van de rol en beslist dat de advocaat van de verdachte een nadere termijn van 60 dagen wordt geboden voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering.
Deze beslissing is gegeven door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2022.