Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1251

2022-09-13 Strafrecht 21/02717
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-09-13
Publicatiedatum
2022-09-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/02717
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Rolbeslissing. Verzoek om nadere termijn voor indienen van een schriftuur. Betekening aanzegging in cassatie, art. 36e.3 Sv en art 5.2.c EU rechtshulpovereenkomst. Is aanzegging in cassatie rechtsgeldig betekend, nu aanzegging is uitgereikt door rechtstreekse toezending aan bekende woon- of verblijfplaats van verdachte in Duitsland? In omstandigheid dat aanzegging onbestelbaar retour is gekomen en gelet op art. 5.2.c EU rechtshulpovereenkomst, ziet rolraadsheer aanleiding nadere termijn te verlenen voor indienen van schriftuur. Voert zaak van de rol en biedt nadere termijn van 60 dagen voor indienen van schriftuur. Rol CAG gaat in op vraag welke eisen unierecht stelt aan aanzegging n.a.v. GHSHE:2022:870, waarin hof heeft bepaald dat dagvaarding o.g.v. unierecht niet rechtsgeldig is als niet kan worden vastgesteld dat deze verdachte daadwerkelijk heeft bereikt.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (7)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.227 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/02717

Datum 13 september 2022




Rolbeslissing




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juni 2021, nummer 20-001151-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.






1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens de verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, schriftelijk verzocht om een nadere termijn voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft in een rolconclusie geconcludeerd dat de rolraadsheer de verdachte een nadere termijn verleent voor het indienen van een cassatieschriftuur.




2Beoordeling van het verzoek
De aanzegging in deze zaak is op 9 november 2021 uitgereikt door rechtstreekse toezending aan de bekende woon- of verblijfplaats van de verdachte in het buitenland. In de omstandigheid dat deze aanzegging op 26 november 2021 onbestelbaar retour is gekomen en gelet op artikel 5 lid 2, onder c, Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2000, 96), ziet de rolraadsheer aanleiding een nadere termijn te verlenen voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering.



3Beslissing
De rolraadsheer voert de zaak van de rol en beslist dat de advocaat van de verdachte een nadere termijn van 60 dagen wordt geboden voor het indienen van een schriftuur, houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering.



Deze beslissing is gegeven door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2022.