Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1215
2022-09-16
Civiel recht
21/02684
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1215 → ECLI:NL:GHAMS:2021:914 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1215 → ECLI:NL:PHR:2022:338 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Rechtsbijstandsverzekering. Kostenmaximum. Uitleg polisvoorwaarden; begrip "gebeurtenis" mede omschreven als "reeks met elkaar verband houdende voorvallen"; diverse geschillen over bestrijding invasieve exoot.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2403 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-04-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1080 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-02-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.470 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02684
Datum 16 september 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND,gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Achmea Rechtsbijstand,
advocaat: A.C. van Schaick.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/657027/ HA ZA 18-1157 van de rechtbank Amsterdam van 1 mei 2019 en 14 augustus 2019;
het arrest in de zaak 200.266.911/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 maart 2021.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Achmea Rechtsbijstand heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea Rechtsbijstand begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 september 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02684
Datum 16 september 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND,gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Achmea Rechtsbijstand,
advocaat: A.C. van Schaick.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/657027/ HA ZA 18-1157 van de rechtbank Amsterdam van 1 mei 2019 en 14 augustus 2019;
het arrest in de zaak 200.266.911/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 maart 2021.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Achmea Rechtsbijstand heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea Rechtsbijstand begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 september 2022.