Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:117

2022-02-04 Civiel recht 20/01905
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-02-04
Publicatiedatum
2022-02-03
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/01905
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/192 | OR-Updates.nl 2022-0052 | JONDR 2022/186 | RI 2022/43

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurders- en aandeelhoudersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling. Onrechtmatige dividenduitkeringen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.403 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 20/01905

Datum 4 februari 2022


ARREST


In de zaak van

1. HARLINGEN HOLDINGS INDUSTRIES B.V., gevestigd te Sneek,
2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: HHI c.s.,
advocaat: B.I. Kraaipoel,


tegen


Dominicus Cornelis POIESZ, in zijn hoedanigheid van curator in het
faillissement van WELSEC SCHILDERS- EN CLASSIFICEERBEDRIJF B.V.,kantoorhoudende te Sneek,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
niet verschenen.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


het vonnis in de zaak C/17/132632 / HA ZA 14-59 van de rechtbank Noord-Nederland van 19 juli 2017;


de arresten in de zaak 200.226.616/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 oktober 2019 en 24 maart 2020.



HHI c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 24 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor HHI c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door G.M. van de Vuurst.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.



2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het beroep;


veroordeelt HHI c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.






Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.