Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1160

2022-09-09 Bestuursrecht; Belastingrecht 21/02902
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-09-09
Publicatiedatum
2022-09-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/02902
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2022/2337 | V-N 2022/42.30.5 | Viditax (FutD) 2022090929 | FutD 2022-2462

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.332 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER







Nummer 21/02902

Datum 9 september 2022




ARREST




in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juni 2021, nr. 20/00716, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting.





1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:991, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, nr. 17/00649, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.



2Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.




3Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



4Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2022.



ECLI:NL:GHARL:2021:5711.


ECLI:NL:GHSHE:2018:1971.