Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1078
2022-07-15
Civiel recht; Verbintenissenrecht
21/01929
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1078 → ECLI:NL:GHAMS:2021:523 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1078 → ECLI:NL:PHR:2022:394 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Belastingrecht. Inlener maakt na aansprakelijkstelling voor naheffingsaanslag bedrag over aan Ontvanger in ruil voor uitstel van betaling. Aansprakelijkstelling blijft in cassatie in stand (HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2603), waarna Ontvanger het ontvangen bedrag afboekt op het bedrag van de aansprakelijkstelling. Vraag of Ontvanger daartoe gerechtigd was, nu de naheffingsaanslag inmiddels was verjaard. Verrekening? Betaling onder opschortende voorwaarde? Betaling tot zekerheid? Accessoir karakter zekerheidstelling?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.400 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01929
Datum 15 juli 2022
ARREST
In de zaak van
ESP CONSULTANCY B.V.,gevestigd te Veenendaal,
EISERES tot cassatie,
hierna: ESP,
advocaat: Y.E.J. Geradts,
tegen
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF,zetelend te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ontvanger,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/645881 / HA ZA 18-344 van de rechtbank Amsterdam van 12 september 2018 en 23 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.260.239/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2021.
ESP heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Ontvanger heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Ontvanger mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt ESP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 2.876,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ESP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01929
Datum 15 juli 2022
ARREST
In de zaak van
ESP CONSULTANCY B.V.,gevestigd te Veenendaal,
EISERES tot cassatie,
hierna: ESP,
advocaat: Y.E.J. Geradts,
tegen
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF,zetelend te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ontvanger,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/645881 / HA ZA 18-344 van de rechtbank Amsterdam van 12 september 2018 en 23 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.260.239/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2021.
ESP heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Ontvanger heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Ontvanger mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt ESP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 2.876,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ESP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.