Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1066

2022-07-12 Strafrecht 20/03461
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-07-12
Publicatiedatum
2022-07-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/03461
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/785

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen van hennepteelt in Duitsland en invoeren en verwerken van die hennep (art. 3.A en 3.B Opiumwet), medeplegen van en medeplichtigheid aan hennepteelt op meerdere locaties in Nederland (art. 3.B Opiumwet), bezit cocaïne en amfetamine (art. 2.C Opiumwet), bezit hennep(stekjes) (art. 3.C Opiumwet), (medeplegen van) witwassen van voertuigen en geldbedragen (art. 420bis.1.b Sr) en deelneming criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklachten. 2. Verlating grondslag tll. 3. Art. 63 Sr. 4. HR ambtshalve: verjaring opzettelijk aanwezig hebben hennep(stekjes). Ad 1 t/m 3. HR: art. 81.1 RO. Ad 4. Om redenen vermeld in CAG is onder 10 tlgd. feit (op of omstreeks 19-01-10 (medeplegen van) opzettelijk aanwezig hebben van 5 hennepstekjes en 48 gram hennep) verjaard. HR zal OM in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in vervolging. Omdat aard en ernst van wat overigens is bewezenverklaard hierdoor niet worden aangetast bestaat onvoldoende grond voor vermindering duur gevangenisstraf. CAG: Feit 10 is verjaard (op 20-01-22) na indiening schriftuur, zodat in cassatie hierover niet kon worden geklaagd. Volgt vernietiging en n-o verklaring t.a.v. feit 10 en verwerping voor het overige. Samenhang met 20/03419, 20/03425, 20/03447, 20/003468 en 20/03510.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.116 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/03461

Datum 12 juli 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2020, nummer 20-002464-15, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben I.T.H.L. van de Bergh en S.J.F. van Merm, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 10 tenlastegelegde, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd, tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging ter zake van het onder 10 tenlastegelegde, en tot verwerping van het beroep voor het overige.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

3.1
Op grond van wat is vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 60 is de Hoge Raad van oordeel dat het onder 10 tenlastegelegde feit is verjaard.


3.2
De Hoge Raad zal wat betreft feit 10 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging. Voor het verminderen van de duur van de opgelegde gevangenisstraf bestaat onvoldoende grond, omdat de aard en de ernst van wat overigens ten laste van de verdachte is bewezenverklaard niet worden aangetast door deze gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring.




4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 juli 2015, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 10 tenlastegelegde;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wat betreft het onder 10 tenlastegelegde;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.