Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:976

2021-06-22 Strafrecht 19/02649
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-06-22
Publicatiedatum
2021-06-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
19/02649
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/749

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen van witwassen, art. 420bis Sr, medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, art. 326 Sr en medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, art. 225 Sr. Bewijsklachten m.b.t. bewezenverklaarde feiten en klacht dat hof onvoldoende heeft gerespondeerd op uos m.b.t. ontbreken opzet bij verdachte en middel m.b.t. ontbreken beslissing hof inzake beslag op woning van verdachte en medeverdachte. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02650, 19/02647 en 19/02648.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.629 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 19/02649

Datum 22 juni 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 mei 2019, nummer 23-000550-14, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 228 uren, subsidiair 114 dagen hechtenis, belopen;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2021.