Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:838

2021-06-08 Strafrecht 21/00136
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-06-08
Publicatiedatum
2021-06-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/00136
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/657

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon naar Oekraïne. Middel over uitleg en verwerping verweer schending art. 3 en 6 EVRM. HR: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Rb heeft uitlevering van opgeëiste persoon aan Oekraïne toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “van het feit omschreven in het hiervoor genoemde arrestatiebevel”. Uitspraak van Rb vermeldt echter niet met voldoende precisie om welk “arrestatiebevel” het gaat en bevat daarom niet een voldoende omschrijving van feit waarvoor uitlevering kan worden toegestaan. HR herstelt verzuim.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.029 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/00136 U

Datum 8 juni 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 december 2020, nummer [001], op een verzoek van de Republiek Oekraïne tot uitlevering



van




[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de opgeëiste persoon.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben G.A. Jansen en O.S. Pluimer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van de rechtbank

3.1
De rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Oekraïne toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “van het feit omschreven in het hiervoor genoemde arrestatiebevel”.


3.2
De uitspraak van de rechtbank vermeldt echter niet met voldoende precisie om welk “arrestatiebevel” het gaat en bevat daarom niet een voldoende omschrijving van het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. De Hoge Raad zal dit verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor het feit dat is omschreven in na te noemen door de verzoekende Staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken.




4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar uitsluitend voor zover de rechtbank heeft verzuimd het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, toereikend te vermelden;
- verklaart de uitlevering toelaatbaar voor het feit zoals omschreven in de “beschikking in de naam van Oekraïne” van L.I. Tsokol, rechter-commissaris van de rechtbank district Petsjerskyi, Kiev, van 13 februari 2017;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juni 2021.