Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:780
2021-05-28
Civiel recht
19/05583
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:780 → ECLI:NL:GHARL:2019:7446 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:780 → ECLI:NL:PHR:2020:1190 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Schadestaatprocedure. Verlies van een kans. Ontbreken van causaal verband tussen tekortkoming en schade door ontbrekende financiële middelen?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2026:558 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:558 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2026
- ECLI:NL:PHR:2022:1153 Parket bij de Hoge Raad 09-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1153 Parket bij de Hoge Raad 09-12-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (3.065 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/05583
Datum 28 mei 2021
ARREST
In de zaak van
ARTOCARPUS N.V.,gevestigd te Curaçao,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Artocarpus,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
KONINKLIJKE TEN CATE B.V.,gevestigd te Nijverdal, gemeente Hellendoorn,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: KTC,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/119813/HA ZA 11-318 van de rechtbank Overijssel van 10 oktober 2012 en 18 november 2015;
de arresten in de zaak 200.190.255 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2017, 26 juni 2018 en 10 september 2019.
Artocarpus heeft tegen de arresten van het hof van 26 juni 2018 en 10 september 2019 beroep in cassatie ingesteld.
KTC heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Artocarpus mede door J.M. Moorman en A.C. Tjepkema, en voor KTC mede door S.V. Gernat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van Artocarpus heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat de middelen in het principale beroep tot vernietiging van (een van) de arresten van het hof leiden, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Artocarpus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KTC begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 28 mei 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/05583
Datum 28 mei 2021
ARREST
In de zaak van
ARTOCARPUS N.V.,gevestigd te Curaçao,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Artocarpus,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
KONINKLIJKE TEN CATE B.V.,gevestigd te Nijverdal, gemeente Hellendoorn,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: KTC,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/119813/HA ZA 11-318 van de rechtbank Overijssel van 10 oktober 2012 en 18 november 2015;
de arresten in de zaak 200.190.255 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2017, 26 juni 2018 en 10 september 2019.
Artocarpus heeft tegen de arresten van het hof van 26 juni 2018 en 10 september 2019 beroep in cassatie ingesteld.
KTC heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Artocarpus mede door J.M. Moorman en A.C. Tjepkema, en voor KTC mede door S.V. Gernat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van Artocarpus heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat de middelen in het principale beroep tot vernietiging van (een van) de arresten van het hof leiden, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Artocarpus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KTC begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 28 mei 2021.