Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:777
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:777 → ECLI:NL:PHR:2021:305
Inhoudsindicatie
Poging tot oplichting (art. 326 Sr). Hof heeft niet beslist op ttz gedaan verzoek tot teruggave van onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag op de grond dat officiële kennisgeving van inbeslagneming van geldbedrag ontbreekt. Oordeel hof dat er geen rechtsbasis is voor enige beslissing omtrent inbeslaggenomen geld, omdat officiële kennisgeving van inbeslagneming van het geld ontbreekt, is onjuist. Voor antwoord op vraag of goed in beslag is genomen, is niet doorslaggevend of goed is vermeld op kennisgeving van inbeslagname, in p-v van bevindingen, of op lijst van inbeslaggenomen goederen (vgl. ECLI:NL:HR:2017:479). In aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat strafdossier aanwijzingen bevat dat (in strafzaak) geld in beslag is genomen, had hof over inbeslaggenomen geld een beslissing moeten nemen. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verzuim te beslissen over beslag en terugwijzing. CAG: anders.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:479 Hoge Raad 21-03-2017
Geciteerd door (13)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:31 Gerechtshof Den Haag 15-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:48 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:48 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2026
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11348 Rechtbank Gelderland 09-12-2025
- ECLI:NL:HR:2025:1773 Hoge Raad 25-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19542 Rechtbank Den Haag 23-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19542 Rechtbank Den Haag 23-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:691 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:HR:2025:639 Hoge Raad 22-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:144 Parket bij de Hoge Raad 11-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:144 Parket bij de Hoge Raad 11-02-2025
- ECLI:NL:RBROT:2024:1497 Rechtbank Rotterdam 07-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2022:818 Rechtbank Amsterdam 25-02-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (3.907 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 19/05575
Datum 25 mei 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 december 2019, nummer 21-006684-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de weigering van het hof te beslissen op het verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag.
2.2.1
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 november 2019 houdt het volgende in:
“Verdachte deelt – zakelijk weergegeven – mede:
(...)
Het is juist dat er beslag is gelegd op € 40,-. Ik heb dat geld niet teruggekregen.
(...)
De advocaat-generaal heeft tevens gevorderd dat het hof de teruggave van het inbeslaggenomen geld zal gelasten. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
(...)
De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging.
(...)
Onder cliënt is € 40,- in beslag genomen. Ik verzoek u te bepalen dat dit geld wordt teruggeven aan cliënt.”
2.2.2
Het bestreden arrest houdt onder meer het volgende in:
“De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht het beslag op het geld op te heffen met last tot teruggave van dit geld aan verdachte.
Het hof stelt vast dat het strafdossier aanwijzingen bevat dat (in deze strafzaak) geld in beslag is genomen. Een officiële kennisgeving van inbeslagneming van het geld ontbreekt echter, zodat er derhalve geen rechtsbasis is voor enige beslissing omtrent in beslag genomen geld.”
2.3
Het oordeel van het hof dat er geen rechtsbasis is voor enige beslissing omtrent het inbeslaggenomen geld, omdat een officiële kennisgeving van inbeslagneming van het geld ontbreekt, is onjuist. Voor het antwoord op de vraag of een goed in beslag is genomen, is niet doorslaggevend of dat goed is vermeld op een kennisgeving van inbeslagname, in een proces-verbaal van bevindingen, of op de lijst van inbeslaggenomen goederen. (Vgl. HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:479, rechtsoverweging 3.2.) In aanmerking genomen dat het hof heeft vastgesteld dat het strafdossier aanwijzingen bevat dat (in deze strafzaak) geld in beslag is genomen, had het hof over dat inbeslaggenomen geld een beslissing moeten nemen. Het cassatiemiddel slaagt.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover het hof heeft verzuimd te beslissen over het beslag;
- wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat daarop alsnog wordt beslist;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2021.