Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:711

2021-05-07 Bestuursrecht; Belastingrecht 19/03063
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-05-07
Publicatiedatum
2021-05-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/03063
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2021/1252 | V-N 2021/25.17.1 | NTFR 2021/1550 | Viditax (FutD) 2021051131 | FutD 2021-1469

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.179 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER







Nummer 19/03063

Datum 7 mei 2021




ARREST




in de zaak van




[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN




op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 14 mei 2019, nrs. BK-18/00999 tot en met BK-18/01002, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 17/8812 en SGR 17/8814 tot en met SGR 17/8816) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2009 tot en met 2014 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door D.R.F. Vanhorick en M.G.A.F. van Schaijk, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2021.