Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:701
2021-05-07
Civiel recht; Arbeidsrecht
20/00377
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:701 → ECLI:NL:GHARL:2019:9541 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:701 → ECLI:NL:PHR:2020:1196 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3, onder g, BW); in welke mate is deze aan werkgever te wijten? Billijke vergoeding op grond van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:211 Gerechtshof Den Haag 20-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2021:1038 Parket bij de Hoge Raad 15-10-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.947 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00377
Datum 7 mei 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de werknemer],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: [de werknemer],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
ITV STUDIOS HOLDING B.V., voorheen genaamd TALPA MEDIA B.V.,gevestigd te Laren,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Talpa,
advocaat: S.F. Sagel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 7463218 / ME VERZ 19-10 van de kantonrechter te Almere van 14 maart 2019;
de beschikking in de zaak 200.260.858/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 november 2019.
[de werknemer] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Talpa heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van [de werknemer] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [de werknemer] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Talpa begroot op € 899,07 aan verschotten en € 1.800,- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 7 mei 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00377
Datum 7 mei 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de werknemer],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: [de werknemer],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
ITV STUDIOS HOLDING B.V., voorheen genaamd TALPA MEDIA B.V.,gevestigd te Laren,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Talpa,
advocaat: S.F. Sagel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 7463218 / ME VERZ 19-10 van de kantonrechter te Almere van 14 maart 2019;
de beschikking in de zaak 200.260.858/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 november 2019.
[de werknemer] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Talpa heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van [de werknemer] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [de werknemer] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Talpa begroot op € 899,07 aan verschotten en € 1.800,- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 7 mei 2021.