Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:500

2021-04-06 Strafrecht 19/05831
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-04-06
Publicatiedatum
2021-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/05831
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/465

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen van doen van onjuiste aangifte loonbelasting door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 69.2 AWR. 1. Absolute competentie, bevoegdheid economische kamer in hoger beroep. Kon zaak in h.b. worden behandeld door economische kamer van hof, nu aan verdachte alleen commune delicten ten laste zijn gelegd en zaak in e.a. is behandeld door meervoudige strafkamer van Rb? 2. Bewijsklacht m.b.t. feitelijk leidinggeven. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/05942 E.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.763 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 19/05831 E

Datum 6 april 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, economische kamer, van 17 december 2019, nummer 22-005818-16, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2021.