Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:492
2021-04-06
Strafrecht
19/01756
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:492 → ECLI:NL:GHSHE:2019:1751
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:492 → ECLI:NL:PHR:2021:171
Inhoudsindicatie
Verduistering van een in casino gevonden portemonnee, art. 321 Sr. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte geen opzet op wederrechtelijke toe-eigening van portemonnee had. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/01757.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:PHR:2024:1269 Parket bij de Hoge Raad 26-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1044 Parket bij de Hoge Raad 15-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2022:576 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:420 Parket bij de Hoge Raad 10-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:82 Parket bij de Hoge Raad 01-02-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:605 Parket bij de Hoge Raad 22-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:585 Parket bij de Hoge Raad 22-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:370 Parket bij de Hoge Raad 13-04-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (1.757 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01756
Datum 6 april 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 april 2019, nummer 20/000380-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2021.
STRAFKAMER
Nummer 19/01756
Datum 6 april 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 april 2019, nummer 20/000380-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2021.