Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:454

2021-03-30 Strafrecht 20/00934
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-03-30
Publicatiedatum
2021-03-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
20/00934
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/406

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Poging om een gedetineerde uit de gevangenis in Roermond te bevrijden d.m.v. een helikopter. HR: het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in ECLI:NL:HR:2021:389. Samenhang met acht andere zaken.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.764 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/00934

Datum 30 maart 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 maart 2020, nummer 23-004179-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat ter zake van het onder 2 tenlastegelegde sprake is van een begin van uitvoering van - kort gezegd - bevrijding van een gevangene.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak ECLI:NL:HR:2021:389.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2021.