Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1977

2021-12-24 Bestuursrecht; Belastingrecht 21/00175
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-12-24
Publicatiedatum
2021-12-23
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/00175
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Douanerechtspraak 2021/159 | Viditax (FutD) 2021122410 | FutD 2022-0016 | DouaneUpdate 2022-0002

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (3)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.226 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 21/00175

Datum 24 december 2021



ARREST



in de zaak van




[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 2020, nrs. 17/00404 en 17/00405, betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten.





1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2017, nr. 15/02967, ECLI:HR:2017:1173, is vernietigd de uitspraak van het Hof, nrs. 13/00398 en 13/00399, met verwijzing van het geding naar hetzelfde gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.



2Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door B.J.B. Boersma, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




3Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



4Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



5Vergoeding van immateriële schade
Belanghebbende heeft de Hoge Raad verzocht om vergoeding van immateriële schade vanwege de lange duur van de procedure. Het Hof heeft op verzoek van belanghebbende een vergoeding van immateriële schade toegekend voor overschrijding van de redelijke termijn voor de procedure bij het Hof na verwijzing door de Hoge Raad. Deze beslissing wordt in cassatie niet bestreden. De onderhavige cassatieprocedure heeft niet onredelijk lang geduurd. De Hoge Raad ziet daarom geen aanleiding belanghebbende een aanvullende vergoeding van immateriële schade toe te kennen.



6Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2021.




ECLI:NL:GHAMS:2020:3864.


ECLI:NL:GHAMS:2015:3992.


Vgl. HR 29 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2517, rechtsoverweging 4.3.2.