Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1907

2021-12-17 Civiel recht 20/02012
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-12-17
Publicatiedatum
2021-12-16
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/02012
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/31

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid advocaat.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.396 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 20/02012

Datum 17 december 2021


ARREST


In de zaak van



[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn,


tegen


de maatschap [verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de maatschap,
advocaat: R.L.M.M. Tan.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de vonnissen in de zaak C/15/262145 / HAZA 17-556 van de rechtbank Noord-Holland van 22 november 2017 en 13 juni 2018;


het arrest in de zaak 200.250.538/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 april 2020.




[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De maatschap heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de maatschap toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het beroep;


veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de maatschap begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.






Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 december 2021.