Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:184
2021-02-05
Civiel recht; Insolventierecht
19/05439
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:184 → ECLI:NL:GHARL:2019:7111 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:184 → ECLI:NL:PHR:2020:955 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Kredietovereenkomst met vestiging pandrecht. Herstructurering financiering op verzoek pandhouder. Is financieringsovereenkomst paulianeus? Benadeling schuldeisers? Art. 42 Fw.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2025:676 Parket bij de Hoge Raad 13-06-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:675 Parket bij de Hoge Raad 13-06-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2024:901 Gerechtshof Den Haag 23-04-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (3.014 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/05439
Datum 5 februari 2021
ARREST
In de zaak van
Gerben Mark VOLKERINK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,kantoorhoudende te Zwolle,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: de curator,
advocaat: E.J.H. Zandbergen,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Rabobank,
advocaat: T.T. van Zanten.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/203663 / HA ZA 17-297 van de rechtbank Overijssel van 4 oktober 2017 en 7 maart 2018;
het arrest in de zaak 200.239.716/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2019.
De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Rabobank mede door M.E. ten Brinke.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 2.763,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 februari 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/05439
Datum 5 februari 2021
ARREST
In de zaak van
Gerben Mark VOLKERINK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,kantoorhoudende te Zwolle,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: de curator,
advocaat: E.J.H. Zandbergen,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Rabobank,
advocaat: T.T. van Zanten.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/203663 / HA ZA 17-297 van de rechtbank Overijssel van 4 oktober 2017 en 7 maart 2018;
het arrest in de zaak 200.239.716/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2019.
De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Rabobank mede door M.E. ten Brinke.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 2.763,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 februari 2021.