Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1722
2021-11-19
Civiel recht
20/02265
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:1722 → ECLI:NL:GHARL:2020:3428 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1722 → ECLI:NL:PHR:2021:559 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid van gemeente voor letselschade veroorzaakt door afgebroken boomtak?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2023:670 Parket bij de Hoge Raad 07-07-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:670 Parket bij de Hoge Raad 07-07-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:454 Parket bij de Hoge Raad 21-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:348 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:348 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.371 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02265
Datum 19 november 2021
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE ZUTPHEN,zetelende te Zutphen,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: B.T.M. van der Wiel, aanvankelijk ook P.A. Fruytier,
tegen
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: A.H. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak NL18.10401 van de rechtbank Gelderland van 4 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.257.252 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2020.
De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door T. van Tatenhove.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 19 november 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02265
Datum 19 november 2021
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE ZUTPHEN,zetelende te Zutphen,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: B.T.M. van der Wiel, aanvankelijk ook P.A. Fruytier,
tegen
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: A.H. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak NL18.10401 van de rechtbank Gelderland van 4 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.257.252 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2020.
De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door T. van Tatenhove.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 19 november 2021.