Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1708

2021-11-23 Strafrecht 20/01850
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-11-23
Publicatiedatum
2021-11-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
20/01850
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJB 2021/3192 | RvdW 2021/1169

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Moord door in 2013 in Rotterdam met vuurwapen kogels in hoofd en lichaam van zijn zakenpartner en vriend te schieten, nadat hij heeft ontdekt dat zijn vrouw een heimelijke relatie heeft met slachtoffer, art. 289 Sr. 1. Bewijsklachten. 2. Duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f.5 en 88 Sr. Kon hof totale duur van gijzeling op 365 dagen bepalen? Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. HR: Op redenen vermeld in CAG geldt dat, als duur gijzeling meer dan 360 dagen bedraagt, deze duur moet worden bepaald op een jaar en dat in dit verband onder een jaar 360 dagen moet worden verstaan. CAG: Met ingang van 1 januari 2020 kende art. 88 Sr een definitie van een jaar, namelijk een tijd van 12 maanden. Bedoeling om deze definitie tevens in Sv te volgen is niet gerealiseerd. Omdat het onwenselijk is dat een jaar in Sr een andere duur heeft dan in Sv is met ingang van 25 juli 2020 de wijziging van art. 88 Sr weer (tijdelijk) teruggedraaid. Bestreden arrest is gewezen tussen 1 januari 2020 en 25 juli 2020, dus in periode dat art. 88 Sr wel een definitie van een jaar gaf, te weten 12 maanden (van elk 30 dagen). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van ten hoogste 1 jaar kan worden toegepast.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.538 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/01850

Datum 23 november 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 juni 2020, nummer 22-001170-14, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van het hof, maar uitsluitend voor zover het hof in het kader van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel de gijzeling heeft bepaald op 365 dagen, tot bepaling van de duur van de gijzeling in het kader van de schadevergoedingsmaatregel op 360 dagen en tot verwerping van het beroep voor het overige.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bepaling van de duur van de gijzeling bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.


3.2
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer het in het arrest vermelde bedrag te betalen. Het heeft de duur van de in dit kader toe te passen gijzeling bepaald op ten hoogste 365 dagen.


3.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij de duur van de toe te passen gijzeling is bepaald op ten hoogste 365 dagen. Op grond van de redenen die staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 17 tot en met 21 geldt dat, als de duur van de toe te passen gijzeling meer dan 360 dagen bedraagt, deze duur moet worden bepaald op een jaar en dat in dit verband onder een jaar 360 dagen moet worden verstaan.




4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer gijzeling voor de duur van ten hoogste 365 dagen is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling voor de duur van ten hoogste een jaar kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2021.