Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1706
2021-11-23
Strafrecht
20/02866
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:1706 → ECLI:NL:GHDHA:2020:1957
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1706 → ECLI:NL:PHR:2021:1077
Inhoudsindicatie
Wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 181.1 jo. 180 Sr. Strafmotivering (voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand en taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis). Kon hof bij strafoplegging betrekken dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Door hof meegewogen eerdere veroordeling was nog niet onherroepelijk t.t.v. begaan van onderhavig feit, zodat strafoplegging ontoereikend is gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.380 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02866
Datum 23 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2020, nummer 22-000259-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak te dien aanzien opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de strafoplegging niet naar behoren met redenen heeft omkleed. Het klaagt in dat verband dat het hof ten nadele van de verdachte heeft geoordeeld dat eerdere veroordelingen de verdachte niet ervan hebben weerhouden het nieuwe, bewezenverklaarde, feit te plegen, terwijl niet blijkt dat die eerdere veroordelingen onherroepelijk waren toen het nieuwe feit werd gepleegd.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2021.
STRAFKAMER
Nummer 20/02866
Datum 23 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2020, nummer 22-000259-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak te dien aanzien opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de strafoplegging niet naar behoren met redenen heeft omkleed. Het klaagt in dat verband dat het hof ten nadele van de verdachte heeft geoordeeld dat eerdere veroordelingen de verdachte niet ervan hebben weerhouden het nieuwe, bewezenverklaarde, feit te plegen, terwijl niet blijkt dat die eerdere veroordelingen onherroepelijk waren toen het nieuwe feit werd gepleegd.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2021.