Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1696

2021-11-16 Strafrecht 20/03034
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-11-16
Publicatiedatum
2021-11-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/03034
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/1138

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klaagster op woning van een derde beslagene (echtgenoot van klaagster) t.z.v. verdenking van witwassen en deelname aan criminele organisatie, welke woning in overleg met OM is verkocht onder de voorwaarde dat de overwaarde zou worden gestort op de rekening van OM. Rb heeft klaagster n-o verklaard omdat bij een zekerheidstelling a.b.i. art. 118a Sv het beslag eindigt ex art. 134.2.a Sv. Was er sprake van zekerheidsstelling? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.931 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/03034 B

Datum 16 november 2021




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2020, nummer AV-000530-20, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de klaagster.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 november 2021.