Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1663

2021-11-09 Strafrecht 20/02156
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-11-09
Publicatiedatum
2021-11-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/02156
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/1112

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag, art. 287 Sr. Klachten over afwijzing verzoeken tot schorsing dan wel opheffing voorlopige hechtenis en redelijke termijn in h.b. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.781 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/02156

Datum 9 november 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2020, nummer 21-006030-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en P. van Dongen, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 november 2021.