Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1628

2021-11-02 Strafrecht 20/02078
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-11-02
Publicatiedatum
2021-11-01
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/02078
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/1097 | JIN 2021/178 met annotatie van Oort, C. van | EeR 2021, afl. 6, p. 250

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Oplegging TBS met dwangverpleging t.z.v. o.m. zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Weigerende observandus. Klachten over de vaststelling van een ziekelijke stoornis bij verdachte t.t.v. het tlgd en de motivering van de oplegging van de maatregel TBS met dwangverpleging, mede in het licht van hetgeen de verdediging heeft aangevoerd. HR: art. 81.1 RO met verwijzing naar EHRM 13 November 2012, nr. 73560/12 (Constancia/Nederland).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.877 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/02078

Datum 2 november 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 juli 2020, nummer 23-003799-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk - mede in aanmerking genomen het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 3 maart 2015, nr. 73560/12 (Constancia/Nederland) - niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 november 2021.