Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1597
2021-10-29
Civiel recht
20/01658
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:1597 → ECLI:NL:GHDHA:2020:352 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1597 → ECLI:NL:PHR:2021:444 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Legaat. Bruikleen met last kunstcollectie. Monegaskisch erfrecht. Uitleg legaat. Partij-adviezen. Naleving last. Rechtsverwerking.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14817 Rechtbank Den Haag 10-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14817 Rechtbank Den Haag 10-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14819 Rechtbank Den Haag 10-06-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (2.416 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01658
Datum 29 oktober 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
GEMEENTE DEN HAAG,zetelende te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: K. Teuben.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/09/516409 / HA ZA 16-949 van de rechtbank Den Haag van 23 december 2016 en 26 september 2018;
het arrest in de zaak 200.252.262/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door W.I. Wisman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 29 oktober 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01658
Datum 29 oktober 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
GEMEENTE DEN HAAG,zetelende te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: K. Teuben.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/09/516409 / HA ZA 16-949 van de rechtbank Den Haag van 23 december 2016 en 26 september 2018;
het arrest in de zaak 200.252.262/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door W.I. Wisman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 29 oktober 2021.